|
interview met Stephanie Leblon over de
opgemeten toestand op
http://www.hildevancanneyt.blogspot.com/
|
|
Stéphanie Leblon en de opgemeten toestand tekst van Daan Rau In de zomergroepstentoonstelling van Galerie Jan Dhaese toonde Stéphanie Leblon het werk ’On voit’. Tegenover een cirkelvormige, blauwe achtergrond tasten enkele carnavaleske figuren de ruimte af. Ze zijn in een wit pak gehuld en hebben lange rode neuzen. Het zijn gekke figuren maar ze stralen een weemoed uit die naar beklemming neigt. Ze zitten opgesloten in die merkwaardige en niet echt gedefinieerde ruimte. In het beeld zit een trapleuning verwerkt die ze haalde uit een reeks foto’s over paranormale verschijnselen. Die foto’s hebben haar niet losgelaten en zijn op hun beurt aanleiding geweest voor een nieuwe reeks van raadselachtige werken. Het zijn die schilderijen die ze nu aan u toont. In haar jeugd was een kennis van haar moeder als het ware bezeten door een ongeremde belangstelling voor het paranormale. Hij las massa’s boeken en artikels, bestudeerde het langs alle kanten en gaf er voordrachten over. Ze woonde als puber ooit zo’n lezing bij en heeft er wekenlang kleine nachtmerries aan overgehouden. Het zien van de foto’s bracht die vergeten jeugdervaring in herinnering en werd aanleiding tot een reeks van schilderijen die het voornamelijk over het onderzoek willen hebben, niet over de verschijnselen. Wat haar intrigeert is hoe mensen het niet vatbare toch tastbaar willen maken met ingewikkelde meetapparatuur en onderbouwde theorieën. Ze heeft een verzameling foto’s aangelegd en die op een eigenzinnige manier gesorteerd naar criteria die ze zichzelf heeft opgelegd. Vanuit die verzameling zijn de beelden, die u in de tentoonstelling ziet, tot stand gekomen. Ze heeft er sterk over gewaakt om geen anekdotische schilderijen te maken, het zijn ook nooit letterlijke weergaven van foto’s. Het zijn eerder composities van elementen uit die foto’s waardoor nieuwe beelden ontstaan die het kleine verhaal ver overstijgen. Er zijn de portretten, de handen en de landschappen. De portretten zijn tijdloos, ze hebben vooral gemeen dat de blik naar binnen gericht is, ze kijken niet naar de toeschouwer, de ogen zijn meestal gesloten of verborgen. Het is niet altijd duidelijk of het hier om de onderzoeker of om de testpersoon gaat. Het laat de kijker toe zich met de persoon al dan niet te identificeren. ‘Test case 3’ toont een persoon met rode bollen op de ogen, het is een erg confronterend schilderij. Ik heb er geen idee van wat hier het onderzoek zou kunnen zijn of om wat voor paranormaal verschijnsel het hier zou kunnen gaan, het is ook van geen enkel belang. Het beeld zelf is sprekend en prangend. Het volgt de toeschouwer in de ruimte. Het is aan-wezig. Een aantal schilderijen neemt de handen als onderwerp, de handen van de onderzoeker en de onderzochte. Ze staan in relatie met diagrammen en wetenschappelijk aandoende elementen, ze doen iets wat we niet echt kunnen thuisbrengen, ze maken het raadsel alleen maar groter. Andere werken tonen proefpersonen – hier is het duidelijk – in hun volle lengte, liggend of staand. Ook zij zijn ver weg en in zichzelf gekeerd, onder hypnose of wat dan ook. Sommigen worden omgeven door zwevende bollen, uitvergrote moleculen lijken het wel zoals we die kennen van schematische voorstellingen, bollen die ook als zelfstandige elementen in schilderijen zonder personages komen te verschijnen. Een andere figuur staat rechtop, is geblinddoekt en helemaal ingesnoerd kan hij niet meer weg. Hij is overgeleverd aan de wetenschap en aan zichzelf. De opgemeten toestand brengt niet direct klaarheid in de zaak, de raadsels blijven. En precies dat is het wat we diep in ons eigenlijk graag willen. Daan Rau Gent, 20 april 2009.
TEST-case nederlandse versie Wat me boeit in een schilderij is de illusie, het flirten met wat niet aanwezig is, het spelen met suggestie van ruimte en beweging. Mijn recente schilderijen tonen figuren geïnspireerd op karnaval, religieuze processies en paranormale experimenten. De personages hebben allemaal gemeen dat ze zoeken naar nieuwe werkelijkheden, naar andere identiteiten. Ze trachten het dagdagelijkse te ontstijgen, in een poging om er ook vat op te krijgen. Ze concentreren zich op een nieuwe werkelijkheid. Het beeld dat ik toon is een momentopname hiervan. Het schilderen zelf is ook even verdwijnen in het spel en het experiment. Verdwijnen in het spanningsveld van het inhoudelijke en het geschilderde. Het moment dat deze spanning voelbaar wordt, tracht ik vast te leggen english version What interests me in a painting is the illusion, the suggestion of space and movement, flirting with what is not there. My recent paintings are inspired by Carnival, by religious processions, and by paranormal experiments. The figures have in common a search for new realities and for new identities. They try to transcend the colloquial while attempting, at the same moment, to understand it. The image I show is the moment the figures are focused on a different reality. The act of painting itself is also a momentous disappearance, an act of experimentation as well as a game-playing experience. A disappearance in the feeling of tension between content and paint. The moment when that tension is tangible is what I try to catch in my painting.
|
|
|